The Bible Software
bible.software › Spreuken › Spreuken 26 › Spreuken 26:27

Spreuken 26:27

Die een kuil graaft, zal er in vallen, en die een steen wentelt, op hem zal hij wederkeren.

Statenvertaling (Nederlands)

In The King James Version

Whoso diggeth a pit shall fall therein: and he that rolleth a stone, it will return upon him.

In Context

26Wiens haat door bedrog bedekt is, diens boosheid zal in de gemeente geopenbaard worden.

28Een valse tong haat degenen, die zij verbrijzelt; en een gladde mond maakt omstoting.

Read all of Spreuken 26

Cross References

Esther 7:10Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild.

Psalms 7:15(7:16) Hij heeft een kuil gedolven, en dien uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft.

Psalms 9:15(9:16) De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden; hunlieder voet is gevangen in het net, dat zij verborgen hadden.

Psalms 57:6(57:7) Zij hebben een net bereid voor mijn gangen, mijn ziel was nedergebukt; zij hebben een kuil voor mijn aangezicht gegraven; zij zijn er midden ingevallen. Sela.

Proverbs 28:10Die de oprechten doet dwalen op een kwaden weg, zal zelf in zijn gracht vallen; maar de vromen zullen het goede beerven.

Isaiah 3:8Want Jeruzalem heeft aangestoten, en Juda is gevallen, dewijl hun tong en zijn handelingen tegen den HEERE zijn, om de ogen Zijner heerlijkheid te verbitteren.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Біблія (Українська)

Study Spreuken 26:27

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Spreuken 26:26Spreuken 26Spreuken 26:28 →