Psalms 130
1Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
2HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
3Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?
4Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
5Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
6Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
7Israel hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
8En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.
Study Psalms 130
KJVMatthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Reina-Valera (Español)Bíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)
All Chapters
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150