Psalms · Statenvertaling (Nederlands)

Psalms 149

1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de Gemeente Zijner gunstgenoten.

2Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.

3Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.

4Want de HEERE heeft een welgevallen aan Zijn volk; Hij zal de zachtmoedigen versieren met heil.

5Dat Zijn gunstgenoten van vreugde opspringen, om die eer; dat zij juichen op hun legers.

6De verheffingen Gods zullen in hun keel zijn; en een tweesnijdend zwaard in hun hand;

7Om wraak te doen over de heidenen, en bestraffingen over de volken;

8Om hun koningen te binden met ketenen, en hun achtbaren met ijzeren boeien;

9Om het beschreven recht over hen te doen. Dit zal de heerlijkheid van al Zijn gunstgenoten zijn. Hallelujah!

← Psalms 148Read In The App, Free →Psalms 150 →

Study Psalms 149

KJVMatthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschCharles SpurgeonScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)Reina-Valera (Español)Bíblia Almeida (Português)Luther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)

All Chapters

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150